Repertoire: info over Nostalgia, Huting

home

Theo Huting – Nostalgia (2008)

Theo Huting, in het dagelijks leven professioneel bestuurder van een onderwijsorganisatie, is al vele jaren actief in de muziek. Hij is de pianist uit het trio 'Dageraad' en hij schreef vele arrangementen, o.a. voor diverse begeleidingscombo’s en schoolorkesten.

Als componist is hij autodidact. Zijn werk omvat zowel stukken voor piano als voor solo-instrumenten met pianobegeleiding. Ook schreef hij voor ensembles in verschillende bezettingen, waaronder een blaaskwintet en een kwartet voor trompet, tuba en twee hoorns. Recentelijk verscheen van zijn hand de bundel 'Heptagon', met zeven werken voor piano. Eerder experimenteerde hij met minimal music, wat 'Een beetje minimaal' opleverde, voor twee piano’s of -beter nog, maar minder makkelijk te verwezenlijken- voor twee kerkorgels.
Zich bewust van de mogelijkheden en de brede klankkleur van een septet is hij graag de uitdaging aangegaan om voor 'Septime' te componeren, wat geresulteerd heeft in de ouverture 'Nostalgia'.

Voor 'Nostalgia', naar believen uitgesproken in het Nederlands, Engels of Spaans, heeft de componist inspiratie gezocht in een bekend gedicht van A. Roland Holst:

ALLEEN MIJN LIED (eerste en laatste strofe)

Ik zing alleen omdat ik hoor
een jubel achter zee en wind -
opdat ik eenmaal weer dat eiland vind
zing ik mij hier teloor.

Alleen mijn lied, mijn zeil, dat wijd
ik hees, want vangt de wind het mee,
dan waai ik over open zee
naar waar zij jubelt door den legen tijd.

In dit gedicht, dat mij al tientallen jaren boeit (en dat ik eerder al eens op muziek gezet heb), weerklinkt een onbestemd verlangen, zoals dat diep in elk mens huist, net als de drang naar absolute schoonheid en perfectie. Vanuit die fundamentele hunkering zwermen wij bijvoorbeeld tijdens vakanties elk jaar weer uit over de wereld, massaal op zoek naar vreemde, verre oorden, om uiteindelijk en onvermijdelijk toch weer terug te keren in de vertrouwde sleur van alledag. Het ware geluk, als je het al vindt, is nu eenmaal slechts van korte duur; het knagend verlangen blijft echter bestaan.
Op mezelf betrokken beluister ik in het eerste couplet hoe de gezochte inspiratie steeds weer tot mij komt en mij stimuleert om de inwendig gehoorde noten aan het papier toe te vertrouwen. Dat papier, mijn zeil, zo zeggen de slotregels, krijgt evenwel pas zeggingskracht als de wind opsteekt, oftewel wanneer het stuk wordt uitgevoerd. Alleen gedurende die korte tijdsspanne, waarin de muziek daadwerkelijk weerklinkt, bestaat de compositie in zijn volle glorie. Daarna is het weer gewoon gelinieerd papier met zwarte bolletjes.
En wat resteert, is die weemoedige hunkering: 'Nostalgia'.

Terug naar repertoire.