Repertoire: info over Septett, op. 4, Koetsier

home

Jan Koetsier (1911-2006)– Septett, opus 4 (1932/1957)
Poco Adagio – Allegro Moderato
Scherzo: Molto vivace
Adagietto: Molto tranquillo
Rondo: Allegretto capriccioso

 

De Nederlandse componist en dirigent Jan Koetsier woonde het grootste deel van zijn leven in München, waar hij al in 1940 op verzoek van Eugen Jochum dirigent werd van het Symfonieorkest van de Beierse Omroep. Koetsier kende Jochum uit Amsterdam, waar de Duitse dirigent een graag geziene gast was. De Nederlander was onder Mengelberg als programmeur en assistent-dirigent aan het Concertgebouworkest verbonden.

Koetsier was een uiterst productief man, wiens muziek vooral door amateurs en kleine beroepsensembles veel wordt gespeeld. Zijn stijl is toegankelijk en vriendelijk, en met overtuiging toegesneden op het musiceren, en het plezier dat daarmee gepaard gaat.

Zijn Septett werd opgedragen aan de kamermuziekvereniging van de Bamberger Symphoniker; hij schreef het in 1932. In 1957 herschreef Koetsier enige passages van dit uitgesproken sympathieke en zo nu en dan symfonische werk. Veel syncopen in melodie en begeleiding geven het geheel regelmatig een luchtige sfeer. Alle zeven instrumenten komen solistisch aan het woord.

De klassieke opzet met de langzame inleiding overgaand in een allegro, een flitsend scherzo met een rustiger trio, een lyrisch romantisch langzaam deel met mooie solo’s, en een dansante finale verraden het vakmanschap van de componist.

Terug naar repertoire.